Alvarsson, Wiens en Nilsson (2010) lieten 40 universiteitsstudenten herstellen van vier rondes van een stressvolle rekentaak, telkens met een ander geluid: een fontein gemengd met vogelzang, luid of rustig verkeer op de weg, of een rustige achtertuin. De huidgeleiding, een maat voor sympathische activatie, herstelde doorgaans sneller tijdens het natuurgeluid dan tijdens de andere geluiden en had de kortste geschatte herstelhalfwaardetijd, hoewel het gemiddelde verschil alleen significant was ten opzichte van luid verkeer. De hartslagvariabiliteit, hun maat voor parasympathische activiteit, liet geen effect zien.
Galbrun en Ali (2013) namen een reeks watergeluiden op en speelden die via een koptelefoon af over het geluid van snelwegverkeer, waarbij ze luisteraars vroegen welk geluid rustgevender en ontspannender was. De meeste watergeluiden misten de lage frequenties die het verkeersgeluid domineren, dus ze konden het niet simpelweg overstemmen. Toch gaven luisteraars de voorkeur aan beekgeluiden boven fonteinen en aan fonteinen boven watervallen, met het water op ongeveer het niveau van het verkeer of niet meer dan 3 dB eronder. De studie mat de aandacht niet.
De "muzikale" kwaliteit van beekgeluiden komt van Minnaert-resonantie: luchtbellen die gevangen zitten in turbulente stroming oscilleren op specifieke frequenties die afhangen van hun grootte, wat een natuurlijk gevarieerde, niet-herhalende textuur geeft. We denken dat die variatie kan voorkomen dat het brein het geluid net zo snel wegfiltert als een constante ruis; geen van de studies die we aanhalen testte dit.