Kirste en collega's (2015) testten vijf auditieve omstandigheden bij muizen: stilte, witte ruis, Mozart, roepjes van jonge muizen en het gebruikelijke lawaai in de dierverblijven. De meeste prikkels verhoogden na 24 uur de aanmaak van voorlopercellen in het hippocampusgebied. Maar na 7 dagen ging alleen stilte nog samen met een groter aantal cellen. Op dat moment was stilte ook de enige omstandigheid die samenhing met meer nieuwe neuronen in het hippocampusgebied, de hersenregio die verantwoordelijk is voor leren en geheugen. De auteurs suggereren dat de onnatuurlijke stilte kan werken als een alarmsignaal.
Dit is een muizenstudie, geen onderzoek bij mensen. De bevinding kan niet rechtstreeks worden vertaald naar menselijke cognitie. Maar ze zet de aanname onder druk dat stilte simpelweg de afwezigheid van prikkels is. Op celniveau lijkt stilte een aparte biologische toestand te zijn, geen neutrale.